Ik noem Hem mijn gabber ! 
Ik zei tegen God: God als je nou echt liefde hebt, geef die liefde dan een keer aan mij. Niet met woorden maar echt !
De jongen was naast mij komen zitten met zijn glas in zijn hand.
Hij had mij verteld dat hij een leven van inrichtingen en opvanghuizen achter zich had. “Kind van gescheiden ouders, dan weet u het wel “.
Hij vervolgde:
Ik hoorde een stem die zei Kees ontspan je. Leg je armen naast je lichaam.
Het gebeurde allemaal in bed.
En toen ? vroeg ik .
Ik heb nooit zoiets meegemaakt, dominee. Ik voelde de liefde. Ik werd helemaal doorstroomd met een behaaglijk soort warmte. Ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld. Het duurde misschien een half uur, maar ik zal dit mijn leven lang niet vergeten.
Héé cowboy, neem er nog een van mij, werd er van achter uit het café geroepen.
Mijn gesprekspartner stak zijn hand op als dank .
Toen heb ik me laten dopen in de rooms-katholieke kerk; ik sla geen zondag over. Elke keer kom ik.
Wat vind je van de preken vroeg ik nieuwsgierig.
Heel goed, maar – hier aarzelde hij even, ze gaan er van uit dat mensen zoekend zijn, maar ik heb gevonden. Dat is toch anders.
In de prediking van de nadere reformatie zou deze jongeman apart toegesproken worden. Daar werd rekening gehouden met de verschillende stadia waarin mensen zich bevinden. In de katholieke kerk hielden de voorgangers zich kennelijk alleen bezig met de met die met hun existentiële vragen worstelden. Maar ik was verlangend om meer te horen.
De meeste mensen schieten een gebedje, zei hij . Maar ik praat met God . Ik noem hem mijn gabber. Ik weet dat God wil dat ik gewoon met Hem praat. Hij is mijn vriend, en tegen een vriend kun je alles zeggen. Ja toch ? Ik knikte
De meeste mensen schieten een gebedje als ze in de problemen zitten. Maar God vindt dat niet leuk. Hij wil ook wel eens andere dingen horen. Hoe het gaat met je vriendin en zo. Dat vindt Hij allemaal belangrijk. Hij is mijn vriend. Hij nam een slok.
Ik kan het niet hebben als ze iets van God zeggen. Laatst was er iemand in het café die zei: ach die God dat is allemaal geouwehoer, stel je niet zo aan. Ik werd vreselijk kwaad. Ik zei zeg dat nog eens . Hij begon weer. Ik zei je hebt nog één kans !Toen hij weer begon heb ik hem gelijk twee tanden uit zijn bek geslagen. Later zei ik tegen God: dat heb ik voor Jou gedaan Hoe vind je dat ? . Hij keek mij aan. Hij leek een beetje op mijn jongere broer.
En ? zei ik.
Hij vond het niet goed. Ik houd niet van geweld zei Hij. Kijk ik ben veel sterker en machtiger dan die jongen. Daar gaat het niet om. De volgende keer moet je opstaan en weglopen.
En dat deed je daarna altijd ? zei ik .
Ja maar ’t kost me wel moeite. Kijk ik heb altijd schijt aan mensen gehad. Ik heb altijd in tehuizen gezeten. Ik vond iedereen een hufter. Nu heeft God me geleerd dat ik respect voor mensen moet hebben. Ik heb ook respect voor mijn vrouw. Hij wees naar een bleke vrouw die uitgeput aan de hoek van de bar stond. Ik ben trots op haar zei hij. Ze hoorde het en glimlachte.
Hij vervolgde: Waarom heeft God de mensen met een vrije wil geschapen ?
Ik zei dat hij nu één van de belangrijkste problemen in de theologie aansneed.
Waarom ? zei hij weer.
Hij wil niet dat ze slaafs doen wat Hij wil zei ik.
Precies zei hij. Wat is nou mooier dat mensen uit eigen vrije keuze tot de conclusie komen: God , je bent mijn gabber. Je bent mijn vriend. En jij hebt altijd gelijk.
Altijd ? vroeg ik .
Altijd. Hij nam weer een slok. Ik ben wel eens met Hem in discussie gegaan, maar je verliest het, je verliest het geheid . – Waarom moeten de mensen lijden ? Dat is bijvoorbeeld een vraag. En waarom moeten ze zo hard werken ? Heb ik Hem allemaal gevraagd.
En wat zei Hij ?
Hij zei: wat dacht je dat ik niet voelde ? Dat ik geen pijn had om wat er allemaal gebeurt ? En dat harde werken, dat gaf Hij toe. Hij zei dat het vaak niet eerlijk was. Sommige mensen krijgen het zo maar, en anderen moeten als slaven werken. Hij zei Kees, die is voor jou. Maar vergeet één ding niet : wat ze niet allemaal voor niks krijgen. De zon, de sterren.
De sterren ? vroeg ik.
Ja de sterren. Weet u waarom Hij de sterren maakte ? Om te laten zien hoe groot Hij is . En hoe machtig.
Ik wilde opstaan . Het was al laat.
En toen heb ik me laten dopen. God zei: Ik heb zoveel voor jou gedaan. Doe nou ook iets voor Mij. Laat je dopen en ga naar de kerk.
Ik kwam bij een heel oude pastoor in Aerdenhout, die ik via via kende. Ik kwam bij hem en ik zei: wilt u me dopen ? – Hij was helemaal verbaasd. Hij zei : dit heb ik nog nooit beleefd ! En weet u wat hij toen zei , toen ik hem het hele verhaal vertelde ?
Nou ? vroeg ik.
Ik hou van je, zei hij.
Ds.A.W.Vlieger
Schreef dit verhaal vanuit zijn pastorale praktijk
Waar en echt gebeurd.